ScandinaviŽ: Jotunheimen

Hallo daar! In 2016 ben ik in een groepje van drie naar Jotunheimen geweest: het nationale park van de reuzen in Noorwegen, noordelijker dan het vorige nationale park dat ik aandeed: Hardangervidda. Lees hier een soort blog/verslag van deze geweldige reis.
Klik op de afbeeldingen/foto's als je een beter beeld wilt krijgen.
We zijn de veertiendaagse begonnen met een dagje rafting; hebben de dag nadien de allerhoogste bergtop van Noorwegen beklommen met gids en daarna blijven hiken doorheen het park. GeŽindigd hebben we met een toeristische dagwandeling vanuit Memurubu tot Gjendesheim.

DAG 1: Vervoer en overnachting

Met een goedkope Ryanair-vlucht (120 euro vlucht heen en terug met bagage en administratiekosten) vanuit Charleroi naar Oslo Rygge-Moss gevlogen. Daar meteen de bus Rygge-Expressbus naar Oslo centrum genomen (180 NOK enkelre rit met de VISA-kaart) en al genieten van de landschappen onderweg. Nog veel bossen, vooral naaldwoud. Mijn ervaring leert me nu nog genieten van bomen, omdat deze snel zullen verdwijnen eens je de hoogte in gaan.

In Oslo nog 30 minuten shoptijd gebruikt en dan trein naar Otta. Ik had vanuit BelgiŽ geregeld dat mensen van het raftingcenter in Sjoa (vlakbij Otta dus) ons zouden komen oppikken: met gratis wifi in de trein was het een koud kunstje om nog eens tot dat center te telefoneren en onze aankomsttijd te Otta aan Kristin te bevestigen.

Een echt Amerikaans koppel (dat daar de zomermaanden doorbrengt en met rafting bijverdient) pikte ons op en bracht ons naar het raftingcenter waar ook eenvoudige hutten waren waar we onze eerst nacht doorbrachten en genoten van de echte verse gezonde Noorse buitenlucht en iets van worstjes opwarmden op een gasvuurtje.

DAG 2: Rafting

In BelgiŽ had ik gemaild met Kristin voor de rafting en het oppikken aan Otta en overnachten in een hutje geregeld. Ter plaatse gewoon betaald met VISA. Het kwam op 100 euro voor de rafting per persoon. Vrij duur misschien, maar wel in orde met reddingsvesten, wetsuits en wetboots, en Engelstalige gids op het raft alsook vervoer en een warme maaltijd achteraf.

De belevenis was alleszins geweldig, mijn allereerste keer, dus het geld zeker waard. De instructeur leerde ons om in groep te peddelen, zowel voorwaarts als achterwaarts. Hij leidde de raft en wij stuurden. Hij liet ons ook op twee plaatsen eens op een veilige plaats in de rivier duiken en eens terug het raft op te raken, wat echt genieten was!


Op www.sjoaraftingsenter.no/en/ vind je alle nodige info en contactgegevens.

Overzicht hiking

Na de start met rafting, begon het hikinggedeelte: met tent, vriesdroogde maaltijdzakken, kompas, gps en kaarten en vooral goede wandelschoenen dagelijks tussen de 10 ŗ 20 km wandelen in het gebergte, weg van asfaltwegen en bewoning. Puur natuur! Dat was toch het plan.

Hiking: Lom

Raftinginstructeur Charlie zette ons na de warme maaltijd terug in Otta af waar we een uurtje later de bus namen tot Lom. Met goede wil, en ook met de hoop wat extra geld mee te pikken, nam hij ook een liftend koppel mee tot Lom, maar als wij in Lom de kaarten bekeken moest dat koppel eigenlijk naar het zuiden, terwijl Otta noordelijk ligt van Sjoa. Hmmm. Toch goed weten aan welke kant van de weg dat je lift ;-)

De bus reed door het dorpje Lom, het zag er heel toeristisch maar charmant uit. Hier zouden we na de hiking toch eens terugkeren als er tijd restte. Van hieruit wilden we beginnen met wandelen richting Hoft en zo naar Juvvasshytta. Dat had ik in BelgiŽ bestudeerd. Zoals je op de kaart kunt zien, is er eerst nog een asfaltweg om te volgen in plaats van de typisch rode aangeduide T-paadjes. We hoopten onderweg, zo dicht mogelijk bij Hoft, een plaatsje te zoeken en de tent op te zetten. Want daarvoor waren we toch naar Noorwegen gekomen: wildkamperen in de natuur! We waren Lom nog niet goed uit of het begon te regenen. Lichte regen, maar wel aanhoudend. Na overleg beslisten we de eerste bed en breakfast langs de asfaltweg binnen te gaan. Achteraf gezien jammer, want zodra we de kamer geboekt hadden, stopte het met regenen. Maar we waren met een dame in gezelschap en meteen de eerste dag al te nat een kampeerplaats zoeken zou niet zo goed eindigen voor de spirit en goesting denk ik.
De dag erna konden we hier een bus nemen tot Hoft, dat stuk asfaltweg, dus we zouden geen tijd verloren hebben. Het stuk asfalt zouden we dan doen met de bus in plaats van te voet: geen gemiste hikingervaring toch!?

DAG 3: GaldhŲpiggen tot Spiterstulen

Ik had van de patron van de Bed and Breakfast het verkeerde uur begrepen. We kregen alleszins een tas koffie tijdens het uur wachten op de bus naar Hoft. Heel gastvrij dat die Noren toch zijn! De buschauffeur begreep echter niet wat ik vroeg, zelfs niet toen ik Hoft aanduidde op de kaart, nu ja op de afprint van de online kaart. Hij reed en maande ons aan om over te stappen op een andere bus. Hij comuniceerde met die andere buschauffeur want die reed voorop denk ik en moest dus wachten.
Intussen op bus 2 werd het zichtbaar kouder naarmate we hogerop reden, bewolkter, begon het steviger te regenen en de volgende bestemming was de eindbestemming alsook einde van de asfaltweg: Juvvasshytta op 1850m.

Aangekomen in Juvvasshytta zag je meteen een toeristische menigte. Meteen ook een dikke pull aangetrokken, de enige die ik meehad, want er was een koude wind. Temperaturen lagen onder de 5įC. De buschauffeur had ons wat schrik aangejaagd dat we de top van deze berg alleen maar met gids mogen doen: gevaarlijke inzakkingen enz. We besloten info in te winnen en raakten meteen overtuigd: het kostte ons 15 euro per persoon, maar door het rustige tempo in groep wandelen, lijkt het me nog steeds een goede beslissing dat we ingegaan zijn op dat gidsaanbod: zonder kilometers in de voeten meteen de allerhoogste berg van Noorwegen beklimmen!
Het gevaarlijke deel vind ik serieus overdreven: ik heb in Hardangervidda gevaarlijkere klims gedaan, zonder gids en dan echt wel alleen zonder toeristen. Nu ja ik zag wel een grote spleet maar die viel wel op: daar zou ik nooit in gaan klimmen.

Met de gids hadden we op voorhand afgesproken dat wij op de top zouden verder stappen, niet terugkeren naar Juvvasshytta zoals de toeristen. Plots waren we alleen, soms eens een enkeling ergens in de verte te bespeuren.
We daalden over veel sneeuwvelden afwisselend over grote rotsblokformaties.

We wandelden verder zuidwaarts, daalden van de top af, nou ja: verder gewoon de sneeuw en over rotsblokken verderwandelen: het is niet dat je plots opvallend daalt. De rode T werd snel gespot (zie foto) en dat gaf een vertrouwd Noorwegengevoel voor mij. Deze aanduidingen moesten we volgen om tot Spiterstulen te raken, de eerste berghut in onze richting.
We raakten eerst in een dal terecht en daarna was het oostwaarts een lang uitgestrekt gebied vol sneeuw, puin en rotsen volgen: geen plaats om een tent neer te zetten, en het weer klaarde op maar kon elk ogenblik weer omslaan, en het was nog wel stevig wandelen tot Spiterstulen dus we moesten wel wat doorwandelen. Na dat langgerekte gebied waar we eens alternatieve afdalingsmanieren op sneeuw testen (op de rugzak afglijden of gewoon al springend) ging het wel opvallend dalend, nog steeds op sneeuwvelden, maar de rotsige plekken werden groter en na enkele uren verlieten we de sneeuwvelden voor vandaag. Er kwam wat afstand tussen ons vrouwelijk groepslid en Kris en mezelf. In de verte zagen we uiteindelijk de hut van Spiterstulen; daarvoor moesten we aardig wat watervalletjes over. Je merkte dat er meer en meer mensen begonnen te komen: Spiterstulen is bereikbaar via de weg en voor dagjestoeristen kon dit watervallengebied wel leuk zijn. We zochten op de bergflank nog voor we tot de berghut zouden komen, een redelijk vlak stukje, droog, met gras bezaaid en een beetje weg van het wandelpad vol toeristen. De tent werd opgezet. Eens opgezet begon het met regenen. We schuilden en testten onze slaapzakken al eens want het werd echt wel koud. Toen het opklaarde, maakten we ons eten klaar: water uit het watervalletje koken en mengen met een vriesgedroogde maaltijd. 5min wachten en smullen maar. Tandjes poetsen en terug slaapzak in: we waren toch wel uitgeteld van die erste serieuze wandeldag.

DAG 4: Spiterstulen tot Leirvassbu

De eerste nacht in de tent sliep iedereen slecht. We besloten om te ontbijten in de hut van Spiterstulen om daarna onze tocht verder te zetten. Onderweg naar deze hut kwamen we al enkele vroege dagvogels (toeristen) tegen. Qua begroeiing werd het stenige mos waar de tent was opgezet geweest, meer en meer gras en struiken en bloemen. Mooie planten!
Na het ontbijt volgden we de hele tijd een rivier stroomopwaarts, dus niet geen berghelling te beklimmen. Erzaten leuke bruggen tussen om af en toe zijrivieren over te steken. Het zonnetje was welgekomen om er een leuke wandeldag van te maken. Zoals je ziet op de foto is het een hele tijd vlak wandelen tot een zer hoge bergtop waar een ander dal in uitkomt: dat dal moeten we inklimmen en met een bergtop echt dat dal ingeraken: het wordt opnieuw stijgen, met vrij snel sneeuwvelden afgewisseld met grote meren, soms nog ijsmeren, en rotsblokken, zeer veel rotsblokken: dat zou de sarcastische facebookstatus worden van ons vrouwelijk gezelschap: een foto van een gigantisch rotsblok met daar bij: wandelpad in Noorwegen. Ach ja.

Het is vooral genieten van de heerlijke bergpanorama's, vers drinkwater uit de smeltwaterriviertjes tappen. Er zit al eens een moerassig gebiedje tussen, maar gelukkig nooit diep ingezakt dat de modder tot mijn oksels kwam. Enkele super-foto's die voor mij de reden zijn om tot hier te komen hieronder.

Net voor we bij Leirvassbu zouden aankomen, een zeer kleine berghut, dit keer niet via de weg bereikbaar, in een heerlijk zonnetje, vonden we een geschikt plaatsje droog grasland om de tent op te zetten aan het Leirvassbumeer. Daar maakten we een vriesgedroogd zakje klaar.
Ons vrouwelijk gezelschap was inmiddels een uur achterop, en besloot niet te stoppen aan onze tent maar had nood aan een bed en een deftige matras en besloot om in de hut te gaan slapen; we zouden 's anderdaags elkaar aan de hut dan wel terug ontmoeten. We hadden geen uur afgesproken.

DAG 5: Leirvassbu tot Olavsbu

Op het zo goed als enige droge moment van die dag hadden we de tent opgeruimd en ons naar de hut van Leirvassbu begeven waar onze medereiziger ons al opwachtte. We dronken er een warme chocomelk alvorens de tocht verder te zetten naar Olavsbu.

Het pad steeg wel licht, maar er zaten nog geen stevige berghellingen tussen in het begin: vooral het dal volgen: en door de hevige regenval was het rivierpeil opvallend hoger = minder rotsen om een rivier te kunnen oversteken. Gevolg: we hebben alledrie wel eens water geschept die voormiddag.
Rond de middag, na enkele rivieren te hebben overgestoken, toonde de rode T ons dat we een berghelling over moesten: een gigantisch sneeuwveld met reusachtige gladde rotsblokken en een weinig zichtbare volgende rode T om te kunnen oriŽnteren. Het begon wel wat spannend en gevaarlijk te worden: we hebben hier wat zitten rondzoeken en dan toch beslist na GPS hulp om de berghelling gewoon op te klauteren en wel te zien waarnaartoe het verder gaat, alleszins hoog kun je veel zien en dat is handig voor nieuwe oriŽntatiepunten. De helling was zeer steil; eigenlijk onverantwoord om zomaar met wandelschoenen een een rugzak van 17kg op te klauteren. Nu ja: there is no way back! Een eerste stressmomentje, want een derde dag klimmen begint spierpijn en humeur soms de kop op te steken en een zeer steile sneeuwhelling opklimmen waar je het einde niet van ziet en niet weet of die juist is, was niet meteen om te nemen. Maar ik heb hier de leiding genomen en me gesteund door het oriŽnteren op de GPS toch het voortouw genomen en de helling opgeklommen. Gelukkig kwam ik na een tijdje op een rotsblok een flauw geschilderde rode T tegen en volgden mijn twee reisgenoten.

Dit was zeker een avontuurlijke dag. Doordat we toch uitgeregend waren en de hut van Olavsbu echt een kleine zelfbedieningshut was, besloten we daar de nacht door te brengen. Er was ook een droogkabine die al aardig volstak. Slapen gebeurde in stapelbedden allemaal naast elkaar, een tiental, dus dat werd ook een sociaal gebeuren. Er was nog plaats voor ons; gelukkig. De achterkomers bleken minder geluk te hebben maar voor iets minder geld konden zij dan op de vloer daar slapen merkte ik.
Ergens is het kiezen voor luxe: geen tent, en een echte matras in een verwarmd hutje; maar niks van douche of toilet en water was bij te vullen buiten in de rivier; dan is 50 euro toch aardig wat. Maar als het energie geeft om een nieuwe dag vol goede moed aan te kunnen vatten, is het het geld waard!

DAG 6: Olavsbu tot Fondsbu

Op zo'n grote slaapzaal kon ik niet goed slapen: ook al had ik oordopjes, de gast naast mij heeft me toch enkele malen die nacht wakker gestampt in zijn slaap. Nou ja: als de groep maar met goede moed de zesde dag zou aanvatten. Het begin van de dag zag er opnieuw somber uit van weer: regen, wind en mistige uitzichten. Hopelijk geen herhaling van de vorige dag?!

We trotseerden een lichte sneeuwbui, echt waar, afgewisseld met regen. Het landschap was vergelijkbaar met de vorige dag: rotsen, sneeuwvelden maar minder steile hellingen te beklimmen: rustig op een reliŽf wandelen. De sneeusvelden waren minder langgerekt dit keer. Tijdens een hagelbui een rivier oversteken op een overschot van een sneeuwveld om droge voeten te houden: het is een unieke ervaring!

In de namiddag werden de sneeuwvelden alweer langer: ze waren de vulling van geŽrodeerde hellingen die we moesten afdalen of beklimmen om telkens een volgend dal in te wandelen. Zoals je op het stukje kaart kunt zien, passeerden we redelijk wat meren. Het landschap zag er bijna steeds alsvolgt uit: een meer met daarnaast rotsblokken (waarop we wandelen) afgewisseld met stukken sneeuw die tot in het meer kwamen. Naast dat wandelpad had je dan de helling van de bergrug en die was bijna steeds vol sneeuw met hier en daar uitstekende rotsen.

In de late namiddag kwamen we tot Fondsbu. Eerst zagen we hutten, maar dat bleek bewoning te zijn. De berghut van DNT lag aan de andere kant van dat meer. We besloten om hier in de hut te overnachten: na een misser van de receptie bleek er geen gewone kamer meer te zijn, er was daar een opkomend evenement gepland en de hutten zaten bijna allemaal vol, dus werd het opnieuw slaapzaal. Wel beter geslapen hier, want geen stapelbedden en geen lastige buur met nachtelijke stampers. We namen er ook avondmaal: een typisch Noorse show waar de gastvrouw en -man in het Noors grappige verhalen vertellen om tot hun gerechten te komen: vissoep, patatten met witte kool en balletjes. Een brownie met noten en ijs als dessert: heerlijk gegeten maar iets te veel voor mij: rest van de avond buikpijn gehad :-(

DAG 7: Fondsbu via Finnersbu tot Vadresflya

Er waren veel tenten opgezet in Fondsbu: bleek er een uitverkocht festival te worden georganiseerd einde van die week. We namen in Fondbu de ferry; Kris en ik stapten af in Finnersbu (Torfinnsbu op de kaart) en wilden van hier hiken tot Gjendebu. Ons vrouwelijk gezelschap had nood aan een rustpauze en nam de ferry tot het einde van dit meer: daar zou ze de bus nemen tot iets noordelijker waar wij binnent wee dagen zouden arriveren.

De ferry is ter plaatse te nemen, niet re reserveren, maar veel volk was er niet. Het is ook maar een klein bootje hoor. Intussen had mijn reismakker last van een gat in zijn wandelschoenen; een behulpzame andere reiziger leende wat matrassenlijm die als eerste poging ondernomen werd om het gat te dichten. Aangekomen in Finnersbu onder een stralend zonnetje, wandelden we eerst even naar die DNT-hut waar twee Duitse dames lijm en duktape gaven om een tweede poging te ondernemen de schoenen terug dicht te krijgen, maar tevergeefs: geen sneeuwvelden meer in de toekomst en dus geen Glittertinden, die andere hoge bergtop die de allerhoogste was tot voor kort van Noorwegen, maar door het smelten van de gletsjer is die in meters nu net iets lager geworden dan GaldhŲpiggen.
Op een gezellig tempo wandelden we door struiken, af en toe iets moerassigs ontwijkend, maar wel de kustlijn van het meer nog zo'n 2u15 oostwaarts volgend tot een rode T ons noordelijker richting Valdresflya stuurde. De vegetatie was er dichtbegroeid en er waren zeer veel insecten te zien. Alvorens richting Valdresflya te wandelen, mochten we eindelijk eens een te brede rivier oversteken met blote voeten omdat er geen brug was of voldoende rotsblokken. Zonder aarzelen gingen die schoenen uit! Een toffe belevenis! En aan de overkant meteen voeten drogen en in warme kousen terug de schoenen in, heb je geen koud gevoel meer! Dit is avontuur!

Dit gebied wordt beschreven als een robuust desolaat gebieden en dat gevoel had je er ook wel. Hoewel ik soms het gevoel had dat een trol ergens wel eens tevoorschijn zou kunnen komen, was dit een redelijk vlak gebied, het was een opgedroogd dal, heerlijk tussen twee bergkammen uit de wind in een zonnetje echt met een zomergevoel. Vrij vlak gebied, en het echte gras werd afgewisseld met eens een rotsblok en een eenvoudig riviertje om over te steken.

Het was een zeer uitgestrekte vallei, grassig. Geweldige ervaring! Hier hebben we wat doorgewandeld, want er leek maar geen einde aan te komen en er begon een laat uur te verschijnen op het uurwerk, niet dat dat aan het daglicht te merken was.

DAG 8: Vadresflya tot Gjendesheim

Valdresflya DNT-hut bleek niet meer operatief te zijn. Niet ver van een weg waar wellicht ons medereiziger op de bus gepasseerd zal zijn die dag, hebben we de tent opgezet. Ver van riviertjes hebben we water uit een meertje genomen en gezuiverd (stilstaand water is toch steeds een risico hť).

Goed geslapen, tent opgeruimd toen het even stopte met regenen. Enkel een energiereep genomen als ontbijt, want de regenbuien waren in aantocht. We volgden het weggetje zonder duidelijke T maar wel het weggetje richting Gjendesheim dus noordelijk. We begonnen wat af te dwalen, in de regen of was het de vermoeidheid: we zijn uiteindelijk naar de hoofdweg gewandeld en hebben die voor een stuk gevolgd.
Dan zag ik op de kaart een tweetal mogelijke afslagen waar de rode T (of toch een duidelijk pad) ons terug in de natuur kon laten wandelen tot ons einddoel en onze reispartner terug te vinden. De eerste afslag zag er nogal moerassig uit, dus hebben we op de asfaltweg nog een stuk gewandeld en de tweede afslag genomen richting natuur.

Het was opnieuw wandelen, met regenkledij aan, tussen begroeiing. Echt desolaat zou het niet meer worden: we moesten een soort brug-over-hek (zie foto) over die wat dieren binnen de omheining moest houden. De bomen begonnen opnieuw ons pad te kruisen, dus we zouden de 900 meter boomgrens onderschrijden.
We stapten goed door want het werd droger en zelfs ietwat zonniger en dus ideaal om de klerenkledij uit te spelen.

Uiteindelijk zagen we de hutten en bewoning van Gjendesheim in de verte. Van de ene wei de andere ingeklauterd over alweer een hek. Het gebied is nu echt belachelijk plat aan het worden. Aan het meer van Gjendesheim gekomen zagen we een paarse plek aan de overkant, wat dus onze reisgenote bleek te zijn die ons aan het opwachten was. Echter hoe moesten we dat meer over: geen brug te bespeuren; er waren daar vakantiehuisjes en een van de bewonders had ik toen maar aangesproken. Hij kon zich niet zo goed in het Engels verstaanbaar maken, maar bleek dat er een brug moest zijn helemaal aan de andere kant van het meer, maar hij bood spontaan aan om ons met zijn bootje naar de overkant te brengen. Hij wilde nisk van fooi aannemen. Dat tochtje van 5minuten had ons zeker 2uur wandelen bespaard. Dan maar een foto van hem genomen.
In Gjendesheim opnieuw in een slaapzaal overnacht: heel toeristisch want gelegen aan een weg, maar mťt douches. Ik sliep er naast een Brusselaar die mijn zeep leende en dat was wel nodig dus zonder probleem ;-) Nu ons reisgezelschap terug voltallig was, bespraken we wat we verder gingen doen: de dame was de rotsblokken en bij uitbreiding dit gebergte beu.

DAG 9: ferry Memurubu & toerist uithangen Bessegen

Ze gaven perfect weer voor vandaag en we waren op een zeer toeristische plaats waar ze met bussen naartoe kwamen om de versmalling Bessegen tussen twee meren met helderblauw water te bewandelen. We besloten ons een dagje onder de toeristen te wagen en deze daguitstap te doen zoals zovelen ze doen: de ferry nemen tot Memurubu en vandaar terugwandelen tot Gjendesheim. Terug zouden we de bus nemen tot Lom, dat mooie dorpje waar we na het raften de hiking gestart waren, en daar een camping zoeken om daar dagtochten te doen zonder zware rugzak: dat leek de gulden middenweg en het meest haalbare voor de groep.

We gingen de ferry van 10 uur nemen en wandelden tegen half tien tot daar: er stond daar een lange rij aan te schuiven en bussen arriveerden. Bleek dat de ferry's al volzet waren en de eerste die vrij was vertrok pas rond de middag. Ticketje gekocht en de tijd gedood en wat in de zon gelegen tijdens het wachten. De ferrytrip duurde een half uurtje. Een rij tioletten stond ons op te wachten: typisch iets voor toeristen, nu ja als daar dagelijks duizenden toeristen komen, is zoiets nog geen slecht idee. De wandeling begon rustig zachtjes steigend. Daarna zag je jong en oud de bergkam opwandelen: het was ook snikheet op die prachtige dag, dus bij elke bocht die het wandelpad maakte langs een waterval/riviertje vulde ik mijn drinkfles wel met koele stromende smeltwater. Het was eerder een rots beklimmen tocht, maar best wel tof. Je komt dan Vlamingen en Nederlanders tegen maar iedereen is toch met zijn toeristische activiteit bezig want uiteindelijk is het toch serieus klimmen.
Dan kom je over die smalle riffel waar boeken vol van staan en ook ik mijn foto genomen heb (zie lager). Daarna was het aanschuiven om de steile helling te kunnen beklimmen; zelfs honden liepen daar rond en mochten hun baasjes omhoog trekken (lol).

Nadat we de top bereikten van dit massief, was het landschap heel stenig maar het wandelpad was makkelijk te bewandelen: rustigaan maar wel zeer lang rustig dalend terug tot onze startplaats. Onderweg nog op een ijsplek wilde rendieren tegengekomen die geen bang hadden van mensen. Ze zochten op deze hete dag wellicht verkoeling op de sneeuw. Aangekomen in Gjendesheim hadden we nog even tijd om de bus te nemen tot Lom. Onze vrouwelijke reisgenote, last van de enkel, was uren achterop, sms'te dat ze de bus niet ging halen, nog een nachtje in die hut ging verblijven en de dag nadien wel de bus zou nemen. Ik had alleszins geen zin om veel geld uit te geven in een hut dus we namen de bus tot Lom en wandelden net Lom uit tot een camping waar je wel goedkoop je tent kon neerzetten. En mťt douches! En vlakbij dat dorpje Lom waar we nog even naartoe wandelden voor een avondwandeling.

DAG 10: Lom campingn

We kregen een sms van onze reispartner dat ze niet tot Lom ging komen, maar de bus naar een berenpark ging nemen. Later zou het zelfs de fjorden van de Westkust worden want het berenpark bleek iets te desolaat te liggen en eerder familiepark te zijn. Waar ze precies allemaal geweest is, weet ik niet maar het asociale begon wel de overhand te nemen. Helaas.

Intussen in Lom, een goedkope kampeerplaats, hebben we nog een dag en nacht verbleven: we besloten een rustige dag individueel te vullen: mijn reispartner wilde wat rusten en het dorpje verkennen; ik had nog energie in de benen en wilde dat bergtopje daar eens beklimmen en terug. Zonder zware rugzak moet dat piece of cake zijn. En toffe: dit was eens een ander soort landschap: omdat we zo laaggelegen waren, was er bos en was de bergflank voor een groot deel met bomen bezaaid. Echter had ik niet op de muggen gerekend en de spray was ik vergeten. Een uur heb ik gewandeld tot boven; het aantal muggen en kleine stekerige vliegjes bleef mij achtervolgen en de zwerm werd groter en groter die me, zo leek wel, aanviel. Ik was het beu, liep het wandelpad terug naar omlaag, achtervolgd door de zwerm. Eens ik het bos uit was, terug de bewoonde wereld in, waren de insecten ook verdwenen. Dan heb ik maar een wandeling in en rondom dat dorpje gemaakt; stonden enkele leuke gebouwen van kerk en museum tot een oude maalderij. Voorts gewoon wat gekuierd en op tijd terug naar de camping gewandeld voor het avondeten: een vriesgedroogde maaltijd met kokend water en eens bespreken wat we hierna zouden doen want er waren nog 4dagen Noorwegen voor ons.

DAG 11-14: Oslo

We namen de bus naar Oslo: lange rit met een overstap op een andere bus. In Oslo hebben we afgewisseld tussen hostel Perminalen voor 35 euro per nacht (link google maps), een voormalig militair hotel dat nog steeds een verdieping verhuurt aan de Noorse defensie, en Ekeberg Camping (link google maps) net buiten de stad om de kosten te drukken. Overdag rustig de stad verkend en eens naar Vikingeiland geweest. Zelf heb ik pokemons gevangen en geocaching gedaan, zolang de gsm-batterij het uithield natuurlijk, want dat zijn twee accu-verslindende activiteiten, maar zeker geocaching is ook een manier om door de stad te wandelen en straten en pleinen te nemen die je anders niet zou aandoen.
Maar vermits cultuurtoerisme minder mijn ding is en al zeker niet mijn bedoeling van Noorwegen, ga ik daar niet te fel over uitwijden, beŽindig ik met te zeggen dat het alweer een geweldige reis is geweest, ondanks de wat minder geschikte derde reisgezel die halverwege afhaakte. Enkele super avonturen beleefd in de bergen en in de dalen. Ik heb tussen de reuzen van Noorwegen gestaan en de allerhoogste top van gans ScandinaviŽ beklommen; ik heb een zeer toeristische trekpleister aangedaan, Bessegen, en genoten van alle vergezichten en prille of eenvoudige natuurelementen. De reis was geslaagd. En ik heb er nog niet alles uitgehaald, dus ooit keer ik terug, en dan zal Glittertinden eraan geloven!

The end.. toch voor dit reisverslag